De gemeenteraad neemt akte van de opheffing van de politieverordeningen van de burgemeester van 19 november 2021 met betrekking tot de lokale coronamaatregelen met ingang van 16 maart 2021.
De Nieuwe Gemeentewet, meer bepaald artikelen 134§1 en 135§2
Het decreet lokaal bestuur, artikel 287
De wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming, artikel 4
De Wet op het politieambt, artikel 11
De Wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus
De wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid, artikelen 182 en 187
De wet van 14 augustus 2021 betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie, inzonderheid artikel 4 en 6
Het KB van 28 oktober 2021 houdende de afkondiging van de epidemische noodsituatie betreffende de coronavirus COVID-19 pandemie
Het KB van 28 oktober 2021 houdende de nodige maatregelen van bestuurlijke politie teneinde de gevolgen voor de volksgezondheid van de afgekondigde epidemische noodsituatie betreffende de coronavirus COVID-19 pandemie te voorkomen of te beperken
Het KB van 5 maart 2022 houdende wijziging van het koninklijk besluit van 28 oktober 2021 houdendede nodige maatregelen van bestuurlijke politie teneinde de gevolgen voor de volksgezondheid van de afgekondigde epidemische noodsituatie betreffende de coronavirus COVID-19 pandemie te voorkomen of te beperken
De politieverordening met betrekking tot lokale maatregelen om de COVID-besmettingen in te perken op het grondgebied van de gemeente Galmaarden van 19 november 2021
De politieverordening ten gevolge van de coronacrisis met betrekking tot de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn: organisatie van digitale vergaderingen van 19 november 2021
Het besluit van de burgemeester van 16 maart 2022 houdende de opheffing van de politieverordeningen van de burgemeester van 19 november 2021 met betrekking tot de coronamaatregelen
Op 5 maart 2022 werd het KB van 28 oktober 2021 houdende de nodige maatregelen van bestuurlijke politie teneinde de gevolgen voor de volksgezondheid van de afgekondigde epidemische noodsituatie betreffende de coronavirus COVID-19 pandemie te voorkomen of te beperken aangepast.
De voorbije weken was het aantal besmettingen met het COVID-19 virus van die aard dat versoepelingen konden worden doorgevoerd.
Deze versoepelingen worden gevat onder de benaming coronabarometercode “geel”.
Gelet op de lokale situatie is het verantwoord ook de lokale maatregelen af te bouwen.
De situatie wordt verder opgevolgd.
Artikel 1:
De gemeenteraad neemt akte van de opheffing van de politieverordeningen van de burgemeester van 19 november 2021 met betrekking tot de lokale coronamaatregelen met ingang van 16 maart 2021.
484.144
De gemeenteraad wordt gevraagd om de aanpassingen aan het retributiereglement voor het inzamelen van afvalstoffen door ILvA goed te keuren.
Het decreet lokaal bestuur, artikel 40, 41,14°, 285-288, 330-334
Artikel 173 van de Grondwet aangaande retributies ten behoeve van de gemeente
Het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid van 5 april 1995
Het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende de algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II)
Het besluit van de Vlaamse regering van 20 juli 2018 inzake ‘Actieplan asbestafbouw’
Het Ministerieel besluit van 13 oktober 2021 tot toekenning van een subsidie aan ILvA voor een project in het kader van het asbestafbouwbeleid (perceel bronophaling)
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vesting, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, latere wijzigingen en uitvoeringsbesluiten
Het decreet van 23 december 2011 houdende materialendecreet betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen, latere wijzigingen en uitvoeringsbesluiten
Het besluit van de Vlaamse regering van 17 februari 2012, met later wijzigingen, houdende de vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen (Vlarema)
Het Ministerieel besluit houdende de goedkeuring van de verlenging en van de wijzigingen die de opdrachthoudende vereniging ILvA in haar statuten heeft aangebracht op de buitengewone algemene vergadering van 22 juni 2021
De beheersoverdracht aan het opdrachthoudend samenwerkingsverband Land van Aalst voor milieu, afgekort ILvA, een publiekrechterlijke rechtspersoon die tot doel heeft “het nastreven van een vooruitstrevend, duurzaam en integraal afvalbeleid binnen haar werkingsgebied door:
Het gemeenteraadsbesluit van 29 oktober 2019 betreffende goedkeuring retributiereglement voor het inzamelen van afvalstoffen door Ilva, gewijzigd door het gemeenteraadsbesluit van 29 december 2020 houdende goedkeuring aanpassing retributiereglement voor het inzamelen van afvalstoffen door Ilva
De voorafgaande bespreking op de Raad van Bestuur van ILvA van 14 december 2021
De gemeente Galmaarden neemt deel aan het opdrachthoudend samenwerkingsverband ILvA, waarbij de gemeente in 2021 beheersoverdracht heeft gedaan voor een hernieuwbare termijn van 18 jaar.
Ilva vraagt om aan het retributiereglement op de afvalinzameling door ILvA, goedgekeurd op de gemeenteraad van 29 oktober 2019 en gewijzigd door het gemeenteraadsbesluit van 29 december 2020 nog enkele wijzigingen aan te brengen.
De gewichtsgebonden ophaling van de restfractie en GFT werd doorgevoerd en elke verwijzing naar de retributie voor restafvalzakken en GFT-stickers is overbodig geworden.
Door het onder meer kunnen aanbrengen van matrassen is het billijk dat de vrijstelling voor de eerste aangebrachte kilo’s, voor zover bij een bezoek uitsluitend recycleerbaar afval wordt aangebracht, opgetrokken wordt.
ILvA biedt geen compostbakken in hout meer aan.
Door verdere informatisering kan de bestaande provisierekening nog beter aangewend worden, en dit leidt tot meer gebruiksgemak bij de bewoners die van de dienstverlening van ILvA gebruik maken.
Dankzij de omschakeling naar gewogen diftar kan de terbeschikkingstelling van recyclageparkkaarten voor bedrijven goedkoper worden, maar de retributie voor het laten ophalen van tuinafval moet worden aangepast aan de tarieven van het recyclagepark.
Met het oog op de leesbaarheid en toegankelijkheid werden een aantal bepalingen vereenvoudigd.
Asbesthoudend afval kan onder voorwaarden naar het recyclagepark worden gebracht, maar de Raad van Bestuur van ILvA wil daarnaast inzetten op de bronophaling van asbesthoudend afval zoals asbestleien of platen, en dit met financiële steun van de Vlaamse overheid.
Het bestaande retributiereglement is nog niet aangepast aan deze nieuwe dienst, een wijziging ervan dringt zich dan ook op.
Vanaf april 2022 zal het voor gemeenten, gezinnen en (jeugd)verenigingen mogelijk worden om kuubzakken, plaatzakken en bijhorende persoonlijke beschermingsmiddelen bij ILvA te bestellen voor de inbzameling van asbesthoudend afval, en deze na betaling van de retributie af te halen op een recyclagepark naar keuze, waarna de recipiënten gevuld worden met asbesthoudend afval, aan de bron worden aangeboden en door een door ILvA aan te stellen dienstverlener afgehaald zullen worden, met oog op veilige verwerking ervan.
Per adres en per kalenderjaar kan één ophaling van maximaal 5 asbest-recipiënten worden besteld, opdat een eerlijke spreiding van de schaarse en gesubsidieerde beschikbare middelen gegarandeerd blijft en oneigenlijk gebruik wordt tegengegaan.
ILvA blijft inzetten op huishoudelijk afval sensu stricto, om deze reden kunnen enkel de bij ILvA aangesloten gemeenten, gezinnen en (jeugd)verenigingen deze asbest-recipiënten bestellen.
Het gaat in beginsel om een tijdelijk project, en dit gezien de financiële ondersteuning ervan door de Vlaamse Overheid.
Artikel 1:
De gemeenteraad keurt de aanpassingen aan het retributiereglement voor de inzameling van afvalstoffen door ILvA goed als volgt goed:
Artikel 1:
Het retributiereglement voor de inzameling van afvalstoffen goedgekeurd op gemeenteraad van 29 oktober 2019 en gewijzigd op gemeenteraad van 29 december 2020 wordt met ingang van 1 april 2022 als volgt aangepast:
Artikel 2: Definitie
Een retributie wordt geheven op de inzameling van afvalstoffen waarbij het intergemeentelijke samenwerkingsverband ILvA gemachtigd is de retributie voor het lokaal bestuur te innen.
De retributie is verschuldigd door de aanbieder van het afval.
Onder de aanbieder van het afval wordt verstaan: een bij ILvA aangesloten gemeentelijke dienst, hierna de gemeente(n) genoemd, of de referentiepersoon van
- elk officieel of niet-officieel in de bevolkingsregisters van één van de bij ILvA aangesloten gemeenten ingeschreven gezin, hierna het gezin of de gezinnen genoemd;
- een door de gemeente erkend tweede verblijf, hierna tweede verblijf genoemd;
- elke vereniging waarvoor de gemeente toelating heeft gegeven, hierna de vereniging(en) genoemd;
- de bedrijven en anderen die via het van toepassing zijnde ILvA-reglement van dienstverlening kunnen gebruik maken, hierna de bedrijven genoemd.
Afdeling 1: Recyclagepark
Artikel 3: Retributie voor de globaal aangebrachte hoeveelheid afvalstoffen
Er wordt vanaf 1 april 2022 een retributie geheven op de aanvoer van afvalstoffen op de recyclageparken van de in de desbetreffende algemene politieverordening toegelaten soorten en hoeveelheden afval.
Toegang tot het recyclagepark wordt verkregen door middel van:
- de elektronische identiteitskaart van de officieel of niet-officieel in de bevolkingsregisters van één van de bij ILvA aangesloten gemeenten ingeschreven persoon;
- een door ILvA ter beschikking gestelde recyclageparkkaart voor particulieren;
- een door ILvA ter beschikking gestelde recyclageparkkaart voor niet-particulieren.
Artikel 4: Kostprijs voor de globaal aangebrachte hoeveelheid
De retributie voor de globaal aangebrachte hoeveelheid wordt vastgesteld als volgt, per kalenderjaar:
• tot 2.000 kg: 0,075 EUR/kg;
• van 2.001 tot 5.000 kg: 0,15 EUR/kg;
• boven 5.000 kg: 0,30 EUR/kg.
Artikel 5: Vrijstelling retributie voor de globaal aangebrachte hoeveelheid
§1. De referentiepersoon van het gezin of het tweede verblijf wordt per kalenderjaar van het betalen van de in artikel 4 bepaalde retributie vrijgesteld voor de eerste aangebrachte 125 kg, voor zover bij een bezoek uitsluitend recycleerbaar afval wordt aangebracht. Als ook niet-recycleerbaar afval wordt aangebracht wordt het nog niet gebruikte deel van deze vrijstelling voorbehouden voor een volgend bezoek waarbij uitsluitend recycleerbaar afval wordt aangebracht.
§2. Elke aanbieder die enkel recycleerbaar afval aanbiedt heeft recht op een korting van 10% op het verschuldigde bedrag zoals bepaald via de tarieven in artikel 4.
Artikel 6:
Indien tijdens een bezoek aan het recyclagepark uitsluitend afvalstoffen, waarvoor een aanvaardingsplicht geldt, worden aangebracht, zijn de in artikel 5 bedoelde gezinnen tijdens het hele kalenderjaar vrijgesteld van de in dit retributiereglement vastgelegde retributies, onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat zij voor 15 december van het voorgaande kalenderjaar bij het intergemeentelijk samenwerkingsverband ILvA, dat voor de gemeente het recyclagepark uitbaat, een verklaring neerleggen waarin zij afstand doen van de in artikel 5 vastgelegde vrijstelling.
Artikel 7: Hechtgebonden asbest
Bijkomend wordt de aanvoer van 200 kg hechtgebonden asbest per aanbieder per kalenderjaar gratis aanvaard op voorwaarde dat deze afvalstof niet samen met ander afval wordt aangeboden.
Artikel 8: Berekening te betalen retributie
De te betalen retributie wordt voor elk bezoek bepaald aan de hand van twee wegingen van de aanbieder met zijn voertuig of met een ter beschikking gestelde kruiwagen in het geval de aanbieder te voet is, een eerste maal bij het binnenrijden van het recyclagepark, een tweede maal bij het buitenrijden. Het verschil tussen de tweede en de eerste weging is de grondslag van de retributie.
Artikel 9: Betaling retributie
§1. De retributie wordt overeenkomstig artikel 13 voor het verlaten van het recyclagepark betaald door middel van een provisierekening. Wanneer de provisierekening onvoldoende saldo bevat om de volledig verschuldigde retributie te betalen, kan het deel dat niet betaald kan worden door middel van de provisierekening ter plaatse betaald worden, door middel van bancontact.
§2. Bezoek aan het recyclagepark is niet mogelijk van zodra de provisierekening een saldo vertoont lager dan € 0,00. Het is mogelijk in dit geval het saldo op de provisierekening ter plaatse aan te zuiveren, aan de ingangszuil van het recyclagepark.
Afdeling 2: Beschikbaar stellen van recipiënten, aanbieden van afvalcontainers, verkoop van compostvaten en inzamelen van restfractie via ondergrondse containers.
Artikel 10:
Er wordt vanaf 1 april 2022 een retributie geheven op het beschikbaar stellen van recipiënten bestemd voor het ophalen van huishoudelijk afval, op de verkoop van compostvaten en het inzamelen van huishoudelijk afval via ondergrondse containers, en voor het verlenen van een aantal dienstverleningen in het kader van afvalinzameling en - verwerking.
Artikel 11: Bedrag retributie
De retributie wordt als volgt samengesteld:
1) Voor de verkoop van zakken:
- Blauwe PMD-zakken 60 liter, per rol (20 stuks): € 5,00;
- Bio-zakjes voor het biobakje, per rol (25 stuks): € 2,00;
2) Aanbieden van de restfractie en GFT-afval:
- Voor het aanbieden van restfractie enerzijds een forfaitaire kost van € 0,25 per aanbieding van een container van 40 liter of 140 liter, € 0,50 per aanbieding van een container van 240 liter, € 1,00 per aanbieding van een container van 500 liter, € 1,50 per aanbieding van een container van 750 liter en € 2,00 per aanbieding van een container van 1050 liter, en anderzijds voor elk containervolume een variabele kost van € 0,25 per aangeboden kilogram restfractie. De te betalen retributie wordt voor elke aanbieding bepaald aan de hand van twee wegingen van de aangeboden afvalcontainer, een eerste maal voor de lediging ervan, een tweede maal na de lediging ervan. Het verschil tussen de tweede en de eerste weging is de grondslag van de retributie.
- Voor het aanbieden van GFT-afval enerzijds een forfaitaire kost van € 0,125 per aanbieding van een container, en anderzijds voor elk containervolume een variabele kost van € 0,085 per aangeboden kilogram GFT. De te betalen retributie wordt voor elke aanbieding bepaald aan de hand van twee wegingen van de aangeboden afvalcontainer, een eerste maal voor de lediging ervan, een tweede maal na de lediging ervan. Het verschil tussen de tweede en de eerste weging is de grondslag van de retributie.
- Het maximale gewicht van de inhoud van een aangeboden container bedraagt:
|
|
40 liter |
140 liter |
240 liter |
| GFT |
15 kilogram |
70 kilogram |
Niet van toepassing |
| Restfractie |
15 kilogram |
60 kilogram |
110 kilogram |
3) Voor het gebruik van de ondergrondse containers voor restfractie: een retributie van € 0,25 per aangeboden kilogram, waarbij het gewicht, dat de grondslag van retributie vormt, forfaitair bepaald wordt door het inworpvolume van de ondergrondse container en dit volgens de breuk 0,135 kg per liter inworpvolume.
Voor het gebruik van de ondergrondse containers voor PMD een retributie van € 0,125 per inworpvolume van 30 liter.
Alle ondergrondse containers worden bediend met een door ILvA ter beschikking gestelde afvalpas. De referentiepersoon van het gezin of van het tweede verblijf die voor het aanbieden van huishoudelijk afval van een ondergrondse container gebruik dient te maken, wordt één afvalpas gratis ter beschikking gesteld.
4) Voor de aankoop van een afvalpas voor het bedienen van de ondergrondse containers: € 5,00.
5) Voor de aankoop van een containerslot met twee sleutels: € 35,00.
6) Voor het ophalen van grofvuil, snoeiafval en tuinafval aan huis:
2. Voor snoeiafval en tuinafval:
7) Evenementen van verenigingen en gemeenten:
Verenigingen en gemeenten kunnen naar aanleiding van een evenement recipiënten voor de afvalinzameling aanvragen. Hiervoor wordt een leverkost aangerekend, afhankelijk van het volume, alsook een verwerkingskost per kilogram ingezameld afval, afhankelijk van de fractie. Indien onvoldoende goed werd gesorteerd, wordt in elk geval de verwerkingskost van ‘restfractie’ aangerekend. Verlies of schade van ontleende materialen wordt op de ontlener verhaald.
| Product |
Volume |
Leverkost |
Verwerkingskost |
|
|
| /kg |
|
||||
| Rest |
240 l |
€ 5,00 |
€ 0,25 |
|
|
| 500 l |
€ 10,00 |
€ 0,25 |
|
||
| 1050 l |
€ 20,00 |
€ 0,25 |
|
||
| Afvaleilandje |
Rest + PMD |
480 l |
€ 5,00 |
€ 0,25 |
Enkel voor restfractie |
| Glas |
240 l |
€ 5,00 |
gratis |
Mits goede sortering |
|
| PMD |
240 l |
€ 5,00 |
gratis |
Mits goede sortering |
|
| Papier/karton |
240 l |
€ 5,00 |
gratis |
Mits goede sortering |
|
| 500 l |
€ 10,00 |
gratis |
Mits goede sortering |
8) Voor composteermateriaal:
9) Voor het ruilen van een gratis door ILvA ter beschikking gestelde GFT-container of restfractie-container voor een ander volume GFT-container of restfractiecontainer: de eerste wissel binnen het eerste jaar na ontvangst van de container is gratis, vanaf de tweede wissel: € 50,00 of gratis als de gezinssamenstelling dusdanig is gewijzigd dat de aanvraag gerechtvaardigd is.
10) Voor levering gemalen snoeihout: € 90,00 per vracht, waarbij het volume van één vracht op vraag van het gezin kan variëren van minimaal 15 m³ tot maximaal 30 m³.
11) Voor het ter beschikking stellen van kunststof zakken (1,5 m³) voor piepschuimtransport: € 45,00 per bundel van 5 zakken.
12) Voor het ter beschikking stellen van een ‘recyclageparkkaart niet-particulieren’ aan gemeenten, verenigingen, bedrijven voor toegang op het recyclagepark: € 40,00. Het ter beschikking stellen van één ‘recyclageparkkaart particulieren’ aan de referentiepersoon van een tweede verblijf is gratis. De wissel van een ter beschikking gestelde recyclageparkkaart particulieren of niet-particulieren kost € 5,00.
13) Voor de aankoop van maximaal één bijkomende container per leveradres en per fractie:
| 40 en 140 liter |
€ 40 |
| 240 liter |
€ 60 |
14) Tot 31/03/2024: voor verkoop aan gemeenten, verenigingen, tweede verblijvers en gezinnen, van platen- en kuubzakken voor het inzamelen van hechtgebonden asbest: € 30 per zak, waarbij maximaal 5 platen- of kuubzakken per kalenderjaar en per adres kunnen worden besteld. Per kalenderjaar en per adres heeft de aanbieder recht op één gratis inzameling van maximum 5 aangekochte platen- en kuubzakken. Voor bijkomende inzamelingen wordt een retributie van € 90 aangerekend, ongeacht het aantal platen- en kuubzakken.
De inzameling en verwerking van de aangekochte platen- of kuubzakken gebeurt door ILvA of een door ILvA aangestelde onderneming, waarbij een retributie van € 90 wordt aangerekend aan de aanbieder in geval op het aangegeven moment van inzameling de platen- of kuubzakken niet of niet correct zijn aangeboden.
De platen- en kuubzakken kunnen door de aanbieder ervan na betaling worden afgehaald op het door de aanvrager gekozen recyclagepark, tijdens de openingsuren, en dit op vertoon van het door ILvA geleverde betaalbewijs.
De platen- en kuubzakken worden geleverd met twee sets van persoonlijke beschermingsmiddelen en een infobrochure.
Artikel 12: Verschuldigdheid retributie
De volgende retributies zijn verschuldigd bij:
- Ter beschikking stellen van kunststof zakken voor piepschuimtransport: bij bestelling ervan;
- Aankoop van PMD-zakken en bio-zakjes: bij aankoop ervan;
- Aankoop van platen- en kuubzakken voor het inzamelen van hechtgebonden asbest: bij bestelling ervan;
- Levering van gemalen snoeihout: bij bestelling ervan;
- Aankoop van een recyclageparkkaart niet-particulieren: bij bestelling ervan;
- De wissel van een ter beschikking gestelde recyclageparkkaart particulieren of niet-particulieren: bij bestelling ervan;
- Aankoop van een bijkomende afvalpas: bij bestelling ervan;
- Aankoop van een compostvat met beluchtingsstok, een compostbak en een beluchtingsstok: bij aankoop ervan;
De andere retributies vermeld in dit reglement zijn verschuldigd meteen na uitvoering van de bijhorende dienstverlening.
Artikel 13: Provisierekening
§1. Onverminderd de bepalingen in de artikelen 9 en 12 van dit retributiereglement kunnen, met uitzondering van de aankoop van blauwe PMD-zakken en biozakjes, het ter beschikking stellen van kunststof zakken voor piepschuimtransport, de aankoop van compostvaten, compostbakken en beluchtingsstokken, de retributies vermeld in dit reglement enkel betaald worden door middel van een provisierekening.
§2. Een provisierekening kan steeds op het eigen initiatief van de hieraan gekoppelde referentiepersoon worden aangezuiverd via overschrijving van een saldo op de provisierekening. Het eerste betalingsverzoek voor de provisierekening bedraagt € 35,00.
§3. Wanneer het resterende saldo op de provisierekening van de referentiepersoon de eerste limiet van € 12,50 bereikt - d.w.z. wanneer het saldo gelijk aan of kleiner dan € 12,50 wordt - zal aan de referentiepersoon een eerste betalingsuitnodiging worden gezonden. Dit laat de gebruiker toe tijdig de nodige betalingen te laten uitvoeren, opdat de dienstverlening niet in het gedrang zou komen.
§4. Wanneer het resterende saldo op de provisierekening van de referentiepersoon geen krediet meer bevat - d.w.z. wanneer het saldo kleiner wordt dan € 0,00 - zal vervolgens de referentiepersoon een betalingsuitnodiging worden toegezonden, met een betaaltermijn van 14 dagen. Het aanbieden van de restfractie en GFT-afval blijft net als het gebruik van ondergrondse containers mogelijk tot verstrijken van de betaaltermijn. De referentiepersoon en het eventueel daaraan gekoppelde gezin, vereniging, tweede verblijf of bedrijf zal van zodra het resterende saldo op de provisierekening van de referentiepersoon geen krediet meer bevat, d.w.z. als het saldo kleiner is dan € 0,00, echter geen gebruik meer kunnen maken van de andere dienstverleningen zoals beschreven in dit retributiereglement tot wanneer het saldo op de provisierekening opnieuw € 0,00 of meer bedraagt.
§5. De verschuldigde retributie zal verhoogd worden met € 5,00 voor de administratiekosten van elke herinnering als het saldo op de provisierekening na verstrijken van de betaaltermijn uit artikel 13 §4 geen krediet meer bedraagt.
§6. Als de referentiepersoon na verzending van ten minste één herinnering overeenkomstig artikel 13 §5 van dit reglement ten slotte nalaat het provisiekrediet aan te zuiveren, zal een aangetekende aanmaning met betalingstermijn van zeven dagen aan de betreffende referentiepersoon worden toegezonden. In deze aangetekende aanmaning worden de volgende bijkomende kosten verrekend:
1. Administratieve kost: € 20,00;
2. Verwijlintresten.
§7. Bij afmelding van een referentiepersoon of bij vaststellen van een overlijden van een referentiepersoon wordt de dienstverlening stopgezet. Het nog beschikbare krediet wordt ten vroegste zes weken na stopzetten van de dienstverlening door ILvA teruggestort op het rekeningnummer dat laatst werd gebruikt voor het storten van krediet op de provisierekening.
Artikel 14:
De burgemeester maakt dit besluit en het retributiereglement conform de artikelen 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur binnen de tien dagen nadat het is aangenomen bekend via de webtoepassing van de gemeente, met vermelding van de datum waarop het is bekendgemaakt en de vermelding van de datum waarop het is aangenomen. De webtoepassing vermeldt de wijze waarop het publiek inzage kan krijgen in de besluiten op de lijst, en vermeldt de mogelijkheid om klacht in te dienen bij de toezichthoudende overheid.
Artikel 2:
De dienst grondgebiedzaken - milieu bezorgt een kopie van dit besluit aan ILvA.
Ref. 896
De gemeenteraad is bevoegd om het reglement voor het vervoer van kampmateriaal voor Galmaardse jeugdverenigingen goed te keuren.
Het decreet lokaal bestuur, artikel 40, 41, 285-288, 330-334
De jeugdraad gaf een positief advies over het reglement voor het vervoer van kampmateriaal voor Galmaardse jeugdverenigingen op 22 februari 2022.
Sinds enkele jaren voorziet de gemeente - op vraag van de jeugdverenigingen - ondersteuning voor vervoer van materialen en goederen naar de kampplaats tijdens het zomerkamp.
Om deze dienstverlening correct en uniform te kunnen blijven aanbieden, werd een reglement met de afspraken en voorwaarden opgesteld.
Artikel 1:
Het reglement voor het vervoer van kampmateriaal voor Galmaardse jeugdverenigingen wordt als volgt goedgekeurd:
ARTIKEL 1. DEFINITIE
Erkende jeugdvereniging: een vereniging binnen het werkveld ‘jeugdwerk’ die na indiening van een erkenningsdossier erkend wordt door het gemeentebestuur van Galmaarden.
ARTIKEL 2. DOEL
Het gemeentebestuur van Galmaarden voorziet logistieke ondersteuning aan erkende jeugdverenigingen onder de vorm van vervoer van kampmateriaal.
ARTIKEL 3.
Elke erkende jeugdvereniging die een vakantiekamp organiseert met tenminste 4 overnachtingen, kan per kamp rekenen op gemeentelijk vervoer van het materiaal heen en terug, zolang de kampplaats zich op Belgisch grondgebied bevindt.
ARTIKEL 4. AANVRAAG
De aanvraag voor gratis kampvervoer dient tenminste 8 weken voor aanvang van het kamp te gebeuren bij de dienst vrije tijd (jeugd@galmaarden.be). Samen met de aanvraag dienen 2 contactpersonen opgegeven te worden die aanwezig zullen zijn voor het vervoer (naam + telefoonnummer). De dienst vrije tijd bevestigt de datum na overleg met de technische dienst.
Het kampvervoer gebeurt in principe op een werkdag. Kampmateriaal wordt enkel in uitzonderlijke gevallen vervoerd op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag.
De aanvragen worden in volgorde van ontvangst behandeld. Per werkdag kan slechts éénmaal een vervoer plaatsvinden, tenzij combinatie van vervoer door onze diensten mogelijk wordt geacht.
Artikel 2:
De dienst vrije tijd-jeugd brengt de jeugdraad en de jeugdverenigingen op de hoogte van deze beslissing.
De gemeenten Herne en Galmaarden wensen gezamenlijk een ICT-deskundige aan te stellen waarbij de gemeente Herne als aanstellende overheid de aanwervingsprocedure zal voeren. De gemeenteraden van beide lokale besturen dienen vooraf de afspraken in een samenwerkingsovereenkomst vast te leggen.
Het decreet lokaal bestuur, artikelen 40, 196 §1, 285-288, 330-334
De gemeente Herne zal de ICT-deskundige aanstellen volgens de lokale rechtspositieregeling. De gemeente Galmaarden zal alle kosten verbonden aan de procedure, de aanstelling en de tewerkstelling voor 50% bekostigen.
De kredieten voor deze uitgaven worden bij meerjarenplanaanpassing voorzien in het exploitatiebudget.
De lokale besturen Herne en Galmaarden wensen een samenwerkingsovereenkomst goed te keuren zodat er op het vlak van ICT op een efficiënte manier én met kennis van zaken kan worden samengewerkt om met een optimale inzet van de overheidsmiddelen te komen tot goed draaiende ICT-diensten.
De talrijke nieuwe, complexe en kostenintensieve uitdagingen op ICT-vlak zijn voor kleine landelijke gemeentebesturen moeilijk te beheersen. In de meeste gevallen ontbreekt het aan know how, middelen en tijd. Daarbovenop komt een zekere krapte op de arbeidsmarkt voor deskundige ICT-profielen. Door samen te werken en hiertoe een overeenkomst af te sluiten, wensen de twee lokale besturen schaalvoordelen te creëren en expertise en middelen te delen.
Het lokaal bestuur van Herne en Galmaarden zijn beide op zoek naar de inzet van ½ VTE ICT-deskundige (B1-B3) via een contract van onbepaalde duur. Omdat de besturen eenzelfde werknemersprofiel zoeken, lijkt het aangewezen om gezamenlijk op zoek te gaan naar 1VTE deskundige ICT die beide besturen voor 50% bedient.
Herne zal de selectieprocedure voeren met de ondersteuning van Galmaarden. Alle kosten die zowel uit de aanwervingsprocedure als uit de tewerkstelling voortvloeien worden voor 50% ten laste genomen door beide besturen. Herne zal daarvoor het aandeel van de gemeente Galmaarden ontvangen op basis van facturatie.
Artikel 1:
De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeenten Herne en Galmaarden in het kader van de intergemeentelijke aanstelling van een ICT-deskundige als volgt goed:
DOEL
Een overeenkomst sluiten tussen twee gemeentebesturen, Galmaarden en Herne zodat er op het vlak van ICT op een efficiënte manier én met kennis van zaken kan worden samengewerkt en om met een optimale inzet van de overheidsmiddelen te komen tot goed draaiende ICT-diensten.
De besturen verbinden er zich toe om bij elke beslissing in het beleidsdomein ICT maximaal rekening te houden met de mogelijkheden van deze samenwerkingsovereenkomst door de werking sterk op elkaar af te stemmen.
JURIDISCHE BASIS
De gezamenlijke aanwerving gebeurt met toepassing van artikel 196§1 van het decreet lokaal bestuur.
Er is geen sprake van ter beschikking stelling van personeel. Het tewerkstellend bestuur treedt op in de hoedanigheid van verantwoordelijke werkgever en hiërarchisch overste. In die zin is het bijgevolg duidelijk dat de besturen louter en alleen gebruik maken van elkaars diensten en personeelsleden.
OPDRACHTEN VAN DE DESKUNDIGE
De opdrachten en competenties worden opgenomen in een functiebeschrijving die in onderling overleg tussen de twee besturen wordt opgemaakt en door het tewerkstellende bestuur wordt goedgekeurd.
PLAATS IN DE ORGANISATIE
De functie van deskundige ICT is voltijds voorzien door het gemeentebestuur van Herne. De deskundige neemt taken op voor de twee besturen en is bijgevolg verantwoordelijk voor de ICT ondersteuning en -coördinatie van deze besturen. De ICT verantwoordelijke neemt deze taak op in samenspraak met de (adjunct-)algemeen directeurs.
De functie ICT-deskundige situeert zich in het organogram van de gemeente Herne onder de interne dienst die onder de rechtstreekse hiërarchische leiding staat van de algemeen directeur van het tewerkstellend bestuur. In de gemeente Galmaarden staat deze onder de leiding van de expert ICT.
LOOPBAAN
De juridische werkgever houdt het werkgeversgezag en staat in voor de personeelsevaluatie.
Wat de functionele loopbaan van de deskundige ICT betreft, is de rechtspositieregeling van het tewerkstellend bestuur Herne van kracht.
aanwervingsprocedure
De aanwerving gebeurt door het tewerkstellend bestuur. De procedure wordt voorbereid door de twee algemeen directeurs, zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de gemeentelijke bestuursorganen.
Ook hier zijn de bepalingen van de rechtspositieregeling van het tewerkstellend bestuur van kracht. Het functioneringsgesprek en het evaluatiegesprek van het tewerkstellend bestuur wordt voorbereid door de leidinggevenden van beide besturen.
INTERGEMEENTELIJKE AFSPRAKEN
De deskundige ICT zal bij beide besturen voor 19/38 worden tewerkgesteld waarbij het de voorkeur geniet dat de medewerker elke werkdag in elk bestuur aanwezig is.
De concrete dagen van tewerkstelling worden in onderling overleg vastgelegd en als bijlage bij de arbeidsovereenkomst en overhandigd aan de deskundige ICT.
Elk deelnemend bestuur zal proportioneel instaan voor de loon- en werkingskosten van het aangeworven personeelslid op basis van de in deze overeenkomst opgenomen prestatieregeling.
De afrekening gebeurt halfjaarlijks. Wat de werkingskosten (aankopen, administratieve kosten, opleidingen, verzekeringen,…) betreft, zal door de tewerkstellende gemeente steeds de toestemming gevraagd worden aan de andere deelnemende gemeenten of een aankoop in het belang van alle partijen mag worden gerealiseerd. Uiteraard worden hierbij de bepalingen van de wetgeving overheidsopdrachten gerespecteerd.
Kosten voor woon-werkverkeer worden enkel ten laste genomen in het kader van het openbaar vervoer of van een fietsvergoeding. Daarnaast worden onverwachte verplaatsingen met de wagen tussen de deelnemende besturen als dienstreis vergoed op basis van de wettelijk vastgestelde tarieven.
Alle kosten worden halfjaarlijks verrekend door het gemeentebestuur van Herne aan het gemeentebestuur van Galmaarden.
Er wordt een stuurgroep opgericht bestaande uit de (adjunct-)algemeen directeurs van de twee gemeentebesturen en de expert ICT van de gemeente Galmaarden, die op hun beurt feedback verschaffen aan het college van burgemeester en schepenen.
Het strategisch ICT-beleid wordt gedestilleerd uit de respectievelijke beleidsnota's of meerjarenplannen van de deelnemende gemeentebesturen. Dit beleid wordt in de toekomst zoveel als mogelijk gestroomlijnd, steeds rekening houdend met de specifieke noden en wensen van de twee gemeentebesturen. De uitvoering van het ICT-beleid gebeurt door de deskundige ICT en evaluatie van dit ICT-beleid gebeurt door de stuurgroep die daartoe tweemaal per jaar (én indien nodig ad hoc) een overleg plant. De bijsturing van het ICT-beleid gebeurt door het college van burgemeester en schepenen, dan wel door de gemeenteraad.
Op basis van de respectievelijke beheersovereenkomsten zullen ook de beide OCMW’s afname doen van de diensten van de ICT-deskundige.
De besturen dienen op een gelijkwaardige manier te worden ondersteund, hetgeen onder meer betekent dat er een onmiddellijke bereikbaarheid van de deskundige ICT nodig is voor elk deelnemend bestuur. Daartoe worden de nodige werkmiddelen voorzien voor de deskundige (onder andere laptop met toebehoren en GSM).
EVALUATIE VAN DE SAMENWERKINGSOVEREENKOMST
Er wordt voorzien in een jaarlijkse evaluatie en bijsturing van huidige samenwerkingsovereenkomst.
De evaluatie wordt voorbereid en gevoerd door de stuurgroep.
De stuurgroep koppelt het evaluatieverslag terug naar het bevoegde bestuursorgaan.
DUUR VAN DE SAMENWERKINGSOVEREENKOMST
De overeenkomst wordt aangegaan voor een stilzwijgend hernieuwbare periode van één jaar. Elk van de deelnemende gemeentebesturen heeft het recht af te zien van de aangegane overeenkomst mits een opzegtermijn van 6 maanden te respecteren.
Indien een bestuur afziet van de samenwerking en er om die reden beslist moet worden om de tewerkstelling te beëindigen, zal een eventuele opzegvergoeding ten aanzien van het personeelslid eveneens ten laste gelegd worden van beide deelnemende besturen.
GESCHILLEN
Geschillen worden in eerste instantie behandeld door de stuurgroep. De partijen zullen hiertoe te goeder trouw onderhandelen. Net zoals zij te goeder trouw zullen handelen in situaties die niet voorzien zijn in deze overeenkomst.
Deze overeenkomst blijft beheerst door het Belgisch recht. Bij geschillen die blijven bestaan, zullen de rechtbanken van Brussel bevoegd zijn.
INWERKINGTREDING
Deze overeenkomst treedt in werking na goedkeuring door de respectievelijke gemeenteraden en na ondertekening van de overeenkomst door alle partijen.
Artikel 2:
De dienst interne zaken - personeel bezorgt een kopie van dit besluit aan de gemeente Herne.
In het kader van de verbetering van het telecommunicatienetwerk in Galmaarden, nam Telenet het initiatief om een dossier op te stellen tot vervanging van de schutterstoren in de Baljuwtuin met de voorziening van een zend- en ontvangststation voor telecommunicatie. Dit project met de verschillende operatoren die vandaag al actief zijn op de site verzamelen op één locatie. Er werd een concessie-overeenkomst voorbereid ter realisatie van het project.
Het decreet lokaal bestuur, artikel 40, 41, 285-288, 330-334
Het Burgerlijk Wetboek
Er wordt een jaarlijkse forfaitaire ontvangst gegenereerd van 3000 euro, aangevuld met 1.000 euro per jaar per operator die de site zal gebruiken.
Telenet diende een principiële aanvraag in tot oprichting van een schuttersmast met een zend- en ontvangststation voor telecommunicatie. Dit project heeft als doel de telecommunicatie in het centrum van Galmaarden te verbeteren. Sommige operatoren ondervinden dekkingsproblemen in het centrum. Dit project moet bijdragen aan een versterking van het netwerk. Telenet wenst deze upgrade van de netwerken als initiatiefnemer op te zetten door met ons bestuur een concessie-overeenkomst af te sluiten. In de overeenkomst wordt tevens bepaald dat alle andere providers die zich op dezelfde site van het Baljuwhuis bevinden, hun diensten integreren op de nieuwe zendmast. Dat betekent dat de zendmast aan de oevers van de Mark (Base) en de zendmast in de zolder van het Baljuwhuis (Proximus) verdwijnen.
Schuttersclub Willem Tell werd in het overleg over dit dossier betrokken. Hun schuttersmast wordt op dezelfde locatie vervangen door een nieuwe infrastructuur die de zendinstallatie zal dragen. Ook de huidige binneninfrastructuur van de club wordt in dit project, aansluitend op de technische cabines van Telenet, vervangen door en grotere overdekte ruimte. De ruimte wordt eigendom van het gemeentebestuur. De schuttersclub zal er op termijn als hoofdgebruiker gebruik kunnen van maken. Dit zal een aanpassing vergen van het huishoudelijk reglement en de gebruikersvergoedingen van de sportsites.
Dit dossier dient goedgekeurd te worden onder voorbehoud van de toekenning van een omgevingsvergunning voor het project.
Een domeinconcessie doet tussen de gemeente en de concessiehouder rechten van contractuele aard ontstaan, die evenwel geen zakelijke rechten zijn. De inhoud ervan kan vrij worden bepaald. De gemeente kan zich het recht voorbehouden om de overeenkomst te beëindigen wegens algemeen belang. Bij een domeinconcessie verleent de gemeente door middel van een overeenkomst een persoon of instantie het recht om een gedeelte van het openbaar domein of privédomein tijdelijk in gebruik te nemen en dit op een wijze die het recht van anderen uitsluit. Aangezien alle operatoren actief in het ontwerp van overeenkomst worden betrokken, worden daarmee geen rechten geschaad. De concessie kan steeds door een reden van algemeen belang eenzijdig herroepen worden door de gemeente. De concessie wordt verleend los van elke exploitatie van een openbare dienst. Het gaat immers niet om een taak van algemeen belang die de overheid bestendig gerealiseerd wil zien. Het accent ligt op het gebruik van een domein.
Artikel 1:
De gemeenteraad keurt het ontwerp van concessie-overeenkomst met Telenet tot oprichting van een schuttersmast met een zend- en ontvangststation voor telecommunicatie in de Baljuwtuin, die als bijlage integraal deel uitmaakt van dit besluit, principieel goed.
Artikel 2:
Het college wordt gemachtigd om de overeenkomst te ondertekenen onder voorbehoud van de goedkeuring van de omgevingsvergunningsaanvraag voor dit project, die als opschortende voorwaarde geldt.
Artikel 3:
De dienst interne zaken - secretariaat bezorgt een kopie van dit besluit aan Telenet.
871.7_2021.01_rup_Okkernoot
De gemeenteraad heeft op 15 september 2020 een gunstig planologisch attest (PA) met voorwaarden afgegeven aan Wonen en Werken voor personen met Autisme VZW.
Het meerjarenplan voorziet in de opmaak van het ruimtelijke uitvoeringsplan (RUP) ‘De Okkernoot’ door een extern studiebureau. Hiervoor is een bestek opgemaakt. De lastvoorwaarden en de gunningswijze dienen vastgelegd te worden door de gemeenteraad.
Het decreet over het lokaal bestuur, artikel 40, 41,10°, 285-288, 330-334
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen
De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 42, §1, 1°a) (de goed te keuren uitgave exclusief BTW bereikt de drempel van 139.000 euro niet) en artikel 57
Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen
Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 90 1°
Het krediet voor de opmaak van het RUP De Okkernoot is voorzien onder jaarbudgetrekening 2022/ACT-94/0600-00/21400007 van het meerjarenplan.
Binnen het planologisch attest is volgend standpunt ingenomen met betrekking tot de opmaak of wijziging van de plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen:
De site van De Okkernoot is gelegen in een agrarisch gebied. Gezien er geen land- of tuinbouwactiviteiten meer aanwezig zijn dringt een planologische bestemmingswijziging zich op door middel van een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP). De gemeente zal dan ook de nodige stappen ondernemen om een RUP op te starten.
In toepassing van artikel 4.4.26. van de VCRO is de gemeente verplicht tot opmaak van een RUP.
§ 1. Indien het planologisch attest besluit dat het bedrijf behouden kan worden op de plaats waar het gevestigd is, al dan niet met ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden, en als dat behoud of die ontwikkelingsmogelijkheden de opmaak of de wijziging van een ruimtelijk uitvoeringsplan of een plan van aanleg veronderstellen, dan is het betrokken bestuursorgaan ertoe verplicht om binnen het jaar na de afgifte van het planologisch attest advies te vragen over de startnota voor het ruimtelijk uitvoeringsplan overeenkomstig artikel 2.2.7, § 2, eerste lid, artikel 2.2.12, § 2, eerste lid, of artikel 2.2.18, § 2, eerste lid.
Indien het betrokken bestuursorgaan dat nalaat, dan wordt voor dat bestuursorgaan de mogelijkheid tot het voorlopig vaststellen van een ruimtelijk uitvoeringsplan of tot het voorlopig aannemen van een plan van aanleg voor een ander bestaand bedrijf of voor een nieuw bedrijventerrein opgeschort, totdat alsnog voldaan is aan de rechtsplicht, vermeld in het eerste lid, tenzij het attest inmiddels vervallen is.
Het ontwerp van bestek voor de aanstelling van een ontwerper is opgemaakt door de gemeente Galmaarden – dienst stedenbouw. Het ontwerp voorziet in een dienstenopdracht via een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking. De raming voor deze opdracht bedraagt in totaal 30.000 euro (incl. BTW).
Artikel 1:
D gemeenteraad keurt het ontwerpbestek voor het aanstellen van een ontwerper voor de opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'De Okkernoot’, (ref. 871.7_2021.01), opgemaakt door de dienst omgeving, ruimtelijke ordening, goed.
Artikel 2:
De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten.
Artikel 3:
Als plaatsingsprocedure wordt de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking vastgesteld.
Artikel 4:
Het college wordt gelast met de verdere uitvoering van de plaatsingsprocedure.
Ref 575.2
De gemeenteraad heeft de bevoegdheid om een verzoekschrift in toepassing van artikel 14 van het decreet van 3 mei 2019 houdende gemeentewegen onontvankelijk te verklaren.
Het decreet lokaal bestuur, artikel 40, 41, 285-288, 330-334
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen
Het decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019
Het besluit van de gemeenteraad van 25 januari 2022 waarbij principieel akkoord werd gegaan met de opmaak van een tragewegen(beleids)plan en waarbij Haviland werd aangesteld voor de uitvoering van deze opdracht op basis van het in-house principe
Voor de behandeling van dit verzoekschrift werd het advies van kantoor Rasschaert advocaten en de Mobiliteitsdienst van de provincie Vlaams-Brabant ingewonnen.
Met brief van 16 september 2021, opgemaakt door de advocaat Jonas De Boeck, verzoekt de heer Clairi Meyfroots, Munkbaan 2 in toepassing van artikel 14 van het decreet van 3 mei 2019 houdende gemeentewegen om voetweg 46, zoals ingeschreven in de atlas der buurtwegen, met daarbij de verplaatsing van voetweg 46 zoals bevestigd door de provinciale deputatie op 27 januari 1869 over de percelen te Galmaarden, 3de afdeling, Tollembeek, perceelnummers A514c, A518c, A519d, A519e, A522a, A554, A556, op te heffen.
Deze voetweg heeft het voorwerp uitgemaakt van een vonnis in hoger beroep van 16 februari 2021 van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel waarin werd gesteld dat voetweg 46 GEEN buurtweg is in de zin van de wet van 10 april 1841 en betreffende percelen dus niet bezwaart. De rechtbank stelt ook dat de gemeente op dit deel van de voetweg geen erfdienstbaarheid door verkrijgende verjaring heeft verkregen. Het college heeft in zitting van 17 maart 2021 beslist in dit vonnis te berusten.
De rechtbank in hoger beroep stelt met andere woorden dat voetweg nr. 46 niet het statuut heeft van een buurtweg in de zin van de wet van 10 april 1841, aangezien hij niet is gerealiseerd (nooit in gebruik is genomen – of toch de verplaatsing in 1869 niet).
De heer Clairi Meyfroots beroept zich via zijn raadsman op artikel 14 van het decreet houdende de gemeentewegen (GWD) van 3 mei 2019 om een verzoek tot opheffing te vragen.
Echter lijkt dit niet nodig te zijn zodat het verzoek als onontvankelijk moet worden beschouwd.
Wanneer er immers gekeken wordt naar artikel 85 GWD wordt het volgende bepaald:
“Alle gemeentelijke wegen en buurtwegen in de zin van de wet van 10 april 1841 op de buurtwegen die bestaan op 1 september 2019, worden voor de toepassing van dit decreet geacht een gemeenteweg te zijn.”
Volgens dit artikel zijn het slechts de gemeentewegen en buurtwegen welke bestaan op 1 september 2019 welke geacht worden een gemeenteweg te zijn.
Met het vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg wordt geoordeeld dat voetweg nr. 46, voor wat betreft het gedeelte dat voorwerp heeft uitgemaakt van het vonnis, in feite geen buurtweg is, aangezien hij nooit is gerealiseerd.
Wanneer er geen sprake is van een buurtweg kan er dus ook geen sprake zijn van een gemeenteweg (vanaf 1 september 2019), zodat het decreet houdende de gemeentewegen dan ook niet van toepassing is en dus ook niet voor wat betreft een eventuele opheffing.
In die zin is het minstens overbodig om tegemoet te komen aan het verzoek van de heer Meyfroots via zijn raadsman en te voorzien in de opheffing van een (niet-bestaande) gemeenteweg.
Wat wel nodig is, is de opname van het vonnis in het wegenregister. Artikel 37, §1 GWD bepaalt immers het volgende:
“Het gemeentelijk wegenregister is een gemeentelijk gegevensbestand waarin voor het grondgebied van de gemeente ten minste de volgende gegevens zijn opgenomen:
1° administratieve en gerechtelijke beslissingen over de huidige en toekomstige rooilijnen en rooilijnplannen voor gemeentewegen;
2° administratieve en gerechtelijke beslissingen over de aanleg, de wijziging, de verplaatsing of de opheffing van gemeentewegen, met inbegrip van de algemene rooiplannen, de rooilijnplannen en de plannen voor de begrenzing van de buurtwegen in de zin van de wet van 10 april 1841 op de buurtwegen.”
Middels de opname in het wegenregister worden de burgers in kennis gesteld van het feit dat het betreffend gedeelte van voetweg 46 geen gemeenteweg is geworden vanaf 1 september 2019, en hij zodoende ook niet toegankelijk is onder die regelgeving.
Aangezien het kwestieuze deel van voetweg 46 initieel deel uitmaakte van het te realiseren "Markpad" tussen Herne en Geraardsbergen betekent het vonnis dat dit deel van het Markpad momenteel ook niet kan worden gerealiseerd binnen de oorspronkelijke zate van de voetweg 46 en zijn verplaatsing van 1869 volgens de atlas der buurtwegen. Dit houdt ook in dat dit probleem zal moeten worden bekeken bij de opmaak van het Tragewegen plan en dat een eventuele herbevestiging op dat moment via het oorspronkelijke traject of een alternatief aan de orde zal zijn via het op te maken beleidsplan (na inventarisatie) dat dan moet worden goedgekeurd door de gemeenteraad. Voor een eventuele herbevestiging of alternatief kan dan wel beroep worden gedaan op de bepalingen van het gemeentewegendrecreet om de gegrondheid al dan niet door de gemeenteraad te laten vaststellen.
Immers, wanneer wel zou gebruik worden gemaakt van artikel 14 van het gemeentewegendecreet op het moment van goedkeuring van het tragewegenplan, heeft de gemeenteraad de mogelijkheid om een vonnis naast zich neer te leggen, aangezien zij nog steeds zal dienen te oordelen over de wenselijkheid van de opheffing. Dit strookt dan op zich niet met het vonnis, en met artikel 85 gemeentewegendecreet.
Dit vonnis sluit daarnaast niet uit dat een nieuwe verbinding of gemeenteweg wordt aangelegd om het "Markpad" alsnog te kunnen verbinden.
In deze omstandigheid zal dus een rooilijnplan opgesteld dienen te worden voor de aanleg van een nieuwe gemeenteweg. Nadeel hierbij is dat het decreet houdende de gemeentewegen (art. 26, §2, 1e lid) voorziet dat in het geval van de aanleg van een nieuwe gemeenteweg, de gemeente dient over te gaan tot verwerving van de onroerende goederen, vereist voor de realisatie van de gemeenteweg.
Aan de gemeenteraad wordt dan ook gevraagd kennis te nemen van dit verzoekschrift en het onontvankelijk te verklaren en de problematiek van dit deel van voetweg 46 dat momenteel de ontbrekende schakel is voor de realisatie van het Markpad verder in overweging te nemen bij de opmaak van het tragewegenplan waarvoor de gemeenteraad in zitting van 25 januari 2022 principieel akkoord is gegaan en waarbij Haviland werd aangesteld voor de uitvoering van deze opdracht. De gemeenteraad zal zich dan over het tracé van het Markpad definitief uitspreken nadat het tragewegenplan met eraan gekoppeld beleidskader en eventuele actieplannen is opgemaakt en definitief werd goedgekeurd na de in het decreet gemeentewegen beschreven volledige procedure te hebben doorlopen.
Artikel 1:
De gemeenteraad neemt kennis van het verzoekschrift van 16 september 2021, opgemaakt door de advocaat Jonas De Boeck, en in opdracht van Clairi Meyfroots, Munkbaan 2 te 1570 Galmaarden, in toepassing van artikel 14 van het decreet van 3 mei 2019 houdende gemeentewegen, om voetweg 46, zoals ingeschreven in de atlas der buurtwegen, met daarbij de verplaatsing van voetweg 46 zoals bevestigd door de provinciale deputatie op 27 januari 1869 over de percelen te Galmaarden, 3de afdeling, Tollembeek, perceelnummers A514c, A518c, A519d, A519e, A522a, A554, A556, op te heffen.
Artikel 2:
De gemeenteraad verklaart dit verzoekschrift gemotiveerd onontvankelijk.
Artikel 3:
De gemeenteraad oordeelt dat deze problematiek voor dit deel van voetweg 46, dat momenteel de ontbrekende schakel is voor de realisatie van het Markpad, verder in overweging bij de opmaak van het Tragewegenplan waarvoor de gemeenteraad in zitting van 25 januari 2022 principieel akkoord is gegaan en waarbij Haviland werd aangesteld voor de uitvoering van deze opdracht. De gemeenteraad spreekt zich definitief uit over het tracé van het Markpad nadat het tragewegenplan met eraan gekoppeld beleidskader en eventuele actieplannen is opgemaakt en definitief werd goedgekeurd na de in het decreet gemeentewegen beschreven volledige procedure te hebben doorlopen.
Artikel 4:
De dienst grondgebiedzaken - infrastructuur bezorgt een kopie van dit besluit aan de heer Jonas De Boeck.
Ref. 642.41
Voorstel tot toekenning van het ereburgerschap aan Koenraad Tinel. De gemeenteraad is hiervoor bevoegd.
Het decreet lokaal bestuur, artikel 40, 41, 285-288, 330-334
Het besluit van de gemeenteraad van 29 september 2015 houdende reglement voor het toekennen van het ereburgerschap
Het voorstel en de motivatienota van schepen Ludo Van Paepegem aan het college van burgemeester en schepenen om het ereburgerschap aan de heer Koenraad Tinel toe te kennen.
Koenraad Tinel, beeldhouwer, grafisch kunstenaar, dichter, schrijver, woont in het Hof te Leysbroek in Vollezele en is een bekend kunstenaar in binnen- en buitenland. Getuige hiervan is de lijst van zijn tentoonstellingen, boeken, voorstellingen en kunstprojecten van de afgelopen decennia.
In 2020 ontving Koenraad Tinel een eredoctoraat van de Vrije Universiteit Brussel. Hij heeft een monumentaal beeld in plaatstaal opgericht genaamd 'de ontvoering van Europa' op een flank van de Congoberg in Vollezele. Het is één van de trekpleisters die onze gemeente op de kaart zetten.
Omwille van zijn werk en leven en bijdrage aan het iconische landschap van de Congoberg, verdient Koenraad Tinel een plaats tussen onze ereburgers.
Gelet op de geheime stemming over het voorstel tot ereburgerschap van de heer Koenraad Tinel met volgende resultaat:
15 ja-stemmen
0 neen-stemmen
0 onthouding
Artikel 1:
De gemeenteraad kent de titel 'Ereburger van de gemeente Galmaarden' toe aan de heer Koenraad Tinel.
Artikel 2:
Een afschrift van dit besluit en een oorkonde zullen worden overgemaakt aan de heer Koenraad Tinel, Repingestraat 91, 1570 Vollezele.
Dit agendapunt wordt ter zitting ingetrokken door de indiener, raadslid Daniel Fonteyne.
Dit agendapunt wordt ter zitting ingetrokken door de indiener, raadslid Daniel Fonteyne.
Mondelinge vragen
GOEDKEURING NOTULEN.
In toepassing van artikel 32§3 van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad werd vastgesteld dat gedurende de raadzitting geen bemerkingen werden gedaan in verband met het verslag, zodat de notulen van de vorige raadzitting van werden goedgekeurd.
Namens Gemeenteraad,
Kristof Andries
algemeen directeur
Gunther De Smedt
voorzitter raad