De raad voor maatschappelijk welzijn wijzigt het reglement met betrekking tot het tijdelijk ter beschikking stellen van een noodwoning.
De raad voor maatschappelijk welzijn is bevoegd om het reglement voor het tijdelijk ter beschikking stellen van een noodwoning te wijzigen.
Het decreet lokaal bestuur, artikel 77, 285-288, 330-334
De beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 21 augustus 2014 houdende goedkeuring van het huishoudelijk reglement voor het tijdelijk ter beschikking stellen van een noodwoning
De beslissing van het college van 21 oktober 2020 tot terbeschikkingstelling van de woning in de Kammeersweg 10 aan het OCMW
De kredieten voor de opbrengsten verbonden aan deze dienstverlening zijn voorzien onder jaarbudgetrekening: GBB/0900-00/705.000.20
De sociale dienst geeft positief advies.
Het reglement voor het tijdelijk ter beschikking stellen van een noodwoning dateert van 2014 en dient aangepast te worden. Het voornaamste knelpunt is dat voor de berekening van de onkostenvergoeding de huurberekeningsformule voor sociale woningen wordt gebruikt waardoor het verschil met de prijzen op de gewone woningmarkt te hoog is. Gebruikers vinden aan dezelfde voorwaarden dus geen huurwoning en dat schrikt hen af. Het ter beschikking stellen van een noodwoning is een vorm van maatschappelijke dienstverlening aan mensen die zich in een noodsituatie bevinden en per definitie tijdelijk. Er wordt dus voorgesteld om na de eerste termijn van drie maanden een meer marktconforme vergoeding aan te rekenen. Andere wijzigingen zijn de vermelding van het bijzonder comité voor de sociale dienst als rechtsopvolger van de raad voor maatschappelijk welzijn en enkele taalkundige verbeteringen.
Tenslotte wordt ook voorgesteld om de noodwoning in de Kammeersweg op te nemen in het reglement.
Artikel 1:
De raad voor maatschappelijk welzijn stelt het reglement voor het tijdelijk ter beschikking stellen van een noodwoning als volgt vast:
REGLEMENT VOOR HET TIJDELIJK TER BESCHIKKING STELLEN VAN EEN NOODWONING
Artikel 1: de noodwoning
Dit reglement is van toepassing op de noodwoningen van het OCMW :
hierna genoemd “ de noodwoning”
Artikel 2: draagwijdte van de maatschappelijke dienstverlening.
Het tijdelijk ter beschikking stellen van de noodwoning is een vorm van maatschappelijke dienstverlening en omvat naast het verblijfsrecht tevens de terbeschikkingstelling van de aanwezige inboedel, water, elektriciteit en verwarming gedurende het verblijf.
Artikel 3: voorwaarden opgelegd aan de gebruiker
De noodwoning kan uitsluitend ter beschikking worden gesteld aan mensen die gedomicilieerd zijn in Galmaarden en slechts in volgende gevallen :
De noodwoning in de Steenstraat is geschikt voor maximaal vier personen.
De noodwoning in de Kammeersweg is geschikt voor maximaal tien personen.
Artikel 4: beslissing tot toekenning
Elke aanvraag tot het ter beschikking stellen van de noodwoning wordt individueel behandeld. Het bijzonder comité voor de sociale dienst (BCSD) of in dringende gevallen, de voorzitter van het BCSD , beslist op basis van een sociaal onderzoek over het al dan niet toekennen van deze vorm van maatschappelijke dienstverlening, over de eventuele voorwaarden die eraan zijn gekoppeld en over de modaliteiten van verblijf en betaling. Deze beslissing wordt aan de gebruiker betekend met vermelding van alle modaliteiten van de dienstverlening. Een afschrift van dit reglement wordt eveneens aan de gebruiker bezorgd.
Artikel 5: beroep tegen de beslissing
Tegen hoger vermelde beslissing kan beroep ingesteld worden bij de Arbeidsrechtbank, zoals voorzien in art. 580, 8° van het Gerechtelijk Wetboek en in art. 71 van de OCMW-wet.
Artikel 6: duur van de terbeschikkingstelling
Het verblijfsrecht heeft een strikt tijdelijk karakter en kan worden toegekend voor een periode van maximaal drie maanden. Deze termijn van toekenning kan telkens worden verlengd indien de gebruiker op dat ogenblik nog geen andere woonst heeft, en op voorwaarde dat de gebruiker naar het oordeel van het BCSD voldoende inspanningen heeft geleverd om een andere woonst te vinden. Indien door of via het OCMW een andere woning wordt aangeboden, dient te gebruiker in te gaan op dit aanbod
Aangezien het een tijdelijk verblijfsrecht betreft, is het de gebruiker niet toegelaten zich op het adres van de noodwoning te laten domiciliëren.
Artikel 7: onkostenvergoeding
De gebruiker betaalt tijdens de eerste periode van drie maanden een onkostenvergoeding ten belope van 1/55 van het gezamenlijk netto-belastbaar inkomen van alle inwonende personen, zoals vermeld op hun laatst ontvangen aanslagbiljet. Het OCMW heeft het recht om deze inkomsten op te vragen met het oog op een correcte berekening van de onkostenvergoeding.
Indien de termijn van verblijf wordt verlengd overeenkomstig artikel 6 van dit reglement bedraagt de onkostenvergoeding vanaf de vierde maand 1/3 van het maandelijks gezamenlijk inkomen. De berekening van de bestaansmiddelen gebeurt overeenkomstig de bepalingen van de wet van 26 mei 2002 en het koninklijk besluit van 11 juli 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie.
Het BCSD kan afwijken van het bedrag van de onkostenvergoeding op basis van een sociaal verslag. De berekening van de onkostenvergoeding wordt vermeld in de beslissing tot toekenning van maatschappelijke dienstverlening.
Deze onkostenvergoeding dient maandelijks volledig betaald te worden aan het OCMW op het rekeningnummer IBAN BE42 0910 0088 5254 ten laatste de vijfde kalenderdag van de maand waarop ze betrekking heeft.
Ingeval de terbeschikkingstelling een onvolledige maand betreft zal de onkostenvergoeding proportioneel berekend worden op het aantal dagen verblijf binnen die bepaalde maand.
Bij vaststelling van overmatig verbruik van elektriciteit, verwarming en/of water kan de onkostenvergoeding aangepast worden.
Artikel 8: gebruik en onderhoud van de noodwoning.
De gebruiker verbindt zich ertoe de noodwoning als een goede huisvader te gebruiken en te onderhouden. Dit houdt onder meer in dat :
De schade veroorzaakt door de fout of nalatigheid van de gebruiker of een persoon voor wie hij/zij verantwoordelijk is, zal worden hersteld door het OCMW op kosten van de gebruiker.
De gebruiker neemt er kennis van dat het OCMW een sleutel in zijn bezit heeft om indien het nodig zou blijken toegang te hebben tot de noodwoning. De gebruiker kan dit niet beschouwen als huisvredebreuk.
Artikel 9: plaatsbeschrijving
Bij de intrek en het verlaten van de noodwoning wordt een plaatsbeschrijving opgemaakt van de staat van de noodwoning en de aanwezige inboedel door de afgevaardigde van het OCMW in aanwezigheid van de gebruiker. De gebruiker is een schadevergoeding verschuldigd aan het OCMW voor de ontbrekende onderdelen van de inboedel bij vertrek. Schade veroorzaakt door de fout of de nalatigheid van de gebruiker zal worden hersteld door het OCMW op kosten van de gebruiker.
Artikel 10: verzekering
Het OCMW heeft voor de noodwoning een brandverzekering gesloten met afstand van verhaal jegens de gebruiker. De gebruikers dient zijn persoonlijke bezittingen zelf te verzekeren.
Artikel 11: verblijf van derden.
Enkel de gebruiker vermeld in de beslissing van het OCMW en zijn gezinsleden zijn gemachtigd in de noodwoning te verblijven gedurende de toegekende periode. Het is de gebruiker niet toegestaan om derden in de noodwoning te laten wonen.
Artikel 12: beëindiging van de dienstverlening
De gebruiker kan de dienstverlening op elk ogenblik beëindigen mits het respecteren van een opzeggingstermijn van drie dagen.
Het BCSD kan de maatschappelijke dienstverlening beëindigen in de hierna volgende gevallen :
De gemotiveerde beslissing van het BCSD wordt betekend aan de gebruiker en is vatbaar voor beroep bij de Arbeidsrechtbank.
Het niet vooraf verwittigd hebben van een afwezigheid van zeven opeenvolgende dagen kan in geval van misbruik beschouwd kan worden als afstand van verblijfsrecht. Bij een al dan niet verwittigde afwezigheid blijft de onkostenvergoeding verschuldigd.
Artikel 13: ontruimen van de noodwoning
Bij het verlaten van de noodwoning dient de gebruiker uiterlijk binnen de 3 dagen na het vertrek de noodwoning ontruimd en schoongemaakt te hebben en de sleutels teruggegeven. De onkostenvergoeding wordt berekend tot op datum van de ontruiming van de noodwoning. Persoonlijke zaken worden maximaal tot 8 dagen na het vertrek door het OCMW bewaard.
Artikel 14: naleving van het reglement
De gebruikers ondertekenen dit reglement voor kennisname. Zij zijn gehouden de bepalingen van dit reglement strikt na te leven. Het huishoudelijk reglement kan te allen tijde door het OCMW eenzijdig worden aangepast. Het OCMW bezorgt in dat geval onmiddellijk een exemplaar aan de gebruiker.
Artikel 2:
De beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 21 augustus 2014 houdende goedkeuring van het huishoudelijk reglement voor het tijdelijk ter beschikking stellen van een noodwoning wordt opgeheven en vervangen door onderhavig besluit.